Voorjaarshoning
Van de lindeboom van de buren. Licht, fris, een beetje mint-achtig.
Nog 14 op voorraadEchte Ugchelse honing van de Buckfast-bijen van imker Philip Salm. Geslingerd in de schuur, met een boormachine op de slinger. In kleine potjes, zolang de voorraad strekt.
Een oud raadsel
„Spijs ging uit van den eter, en zoetigheid ging uit van den sterke.”Richteren 14 : 14
Met dit raadsel daagde Simson de Filistijnen uit. Hij had honing gevonden in het lichaam van een dode leeuw. Ze kwamen er alleen achter door zijn vrouw onder druk te zetten. Hun antwoord was zelf weer een vraag:
„Wat is zoeter dan honig? en wat is sterker dan een leeuw?”Richteren 14 : 18
Het antwoord
„De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel. (…) Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.”Psalm 19 : 8 en 11
Daarom heet deze imkerij zo. De honing is lekker. Maar er is iets dat nog zoeter is.
Voorraad
Elk potje hieronder laat zien hoe vol de voorraadkast is. Is een pot leeg, dan is het wachten op de volgende slinger.
Van de lindeboom van de buren. Licht, fris, een beetje mint-achtig.
Nog 14 op voorraadHetzelfde potje linde, maar dan kleiner. Handig als cadeautje.
Nog 9 op voorraadAlles wat er in de zomer in Ugchelen bloeit, in een pot. Voller en donkerder.
Nog 3 potjes!Klein potje om te proeven. Voor op tafel bij het ontbijt.
Nog 22 op voorraadNog niets gekozen. Tik op de plus bij een pot.
Ophalen: Klein Hattem 44, Ugchelen. Even bellen of appen voordat je komt.
Het verhaal
Honing smaakt naar de plek waar de bijen vliegen. En die vliegen in een cirkel van zo'n drie kilometer om de bijenstal aan de Klein Hattem.
De voorjaarshoning komt letterlijk van naast de deur: de buren hebben een grote lindeboom, en als die bloeit zoemt het er van de bijen. Lindehoning is licht van kleur en fris van smaak, met een klein mint-achtig randje. Je proeft de boom.
In de zomer halen de bijen van alles: tuinen, bramen, de bomen van de Veluwe. Dat geeft een vollere, donkerder honing. Elke zomer smaakt net even anders, want elke zomer bloeit er net iets anders. Daarom staat er een lotnummer op het etiket.
De volle ramen gaan in een slinger: een grote roestvrijstalen trommel die ronddraait tot de honing eruit vliegt. Bij Philip zit er geen zwengel op, maar een boormachine. Daarna zeven, laten rusten, en in potjes doen. Verder gebeurt er niets mee. Geen verhitting, niks toegevoegd.
De bijen
Philip houdt Buckfast-bijen. Dat ras is ruim honderd jaar geleden gekweekt door Broeder Adam, een monnik in de abdij van Buckfast in Engeland. Hij zocht een bij met drie eigenschappen.
Buckfast-bijen zijn zachtaardig. Je kunt vlak bij de kast staan kijken zonder dat ze boos worden. Handig als je buren hebt met een lindeboom.
Zwermen is hoe een volk zich splitst: de helft vertrekt met de oude koningin. Buckfast-bijen blijven liever thuis, zodat het volk sterk blijft en de imker niet in bomen hoeft te klimmen.
Ze vliegen vroeg, ze vliegen laat, en ze vliegen ook als het een beetje fris is. Daar komt de honing van.
De vier volken wonen in Segeberger kasten van hard schuim: lekker warm in de winter. Elke kast heeft een eigen kleur, zodat de bijen hun eigen voordeur terugvinden.
Even bijpraten
Zet een kop thee, pak een boterham met honing en lees mee. Over hoe zo'n volkje leeft, waar je bijen tegenkomt in de Bijbel, en wat bijen met wiskunde te maken hebben.
Een bijenvolk is eigenlijk één groot beest dat uit duizenden diertjes bestaat. Niemand is de baas, ook de koningin niet. Iedereen doet gewoon wat er op dat moment nodig is.
De moeder van iedereen. Ze legt in de zomer tot zo'n 2000 eitjes per dag, meer dan haar eigen gewicht. Verder bestuurt ze niets: ze is vooral een eierlegmachine met een fijne geur.
Zij doet álles: poetsen, voeren, bouwen, bewaken en honing halen. Een werkster is een vrouwtje. In de zomer heeft een volk er wel 50.000. Zij heeft een angel om mee te steken.
Het mannetje. Grote ogen, dik lijf, geen angel. Hij haalt geen eten en poetst niet. Zijn enige taak: paren met een jonge koningin van een ander volk. In de herfst zetten de werksters de darren de kast uit.
Een werkster heeft geen vaste baan. Ze maakt carrière: hoe ouder ze wordt, hoe verder ze van de kast gaat werken. De dagen zijn ongeveer, want een volk schuift met taken als er ergens handen tekort zijn.
Wist je dat… 1 / 12
Een bij heeft vijf ogen: twee grote facetogen opzij en drie kleine puntoogjes bovenop haar kop.
Honing staat in de Bijbel voor overvloed, voor iets goeds en voor Gods woord zelf. En bijen? Die komen vooral voor als je ze liever niet tegenkomt.
Exodus 3 : 8
God belooft Israël „een land, overvloeiende van melk en honig”. Honing betekent hier: alles wat je nodig hebt, en meer.
Exodus 16 : 31
Het manna in de woestijn smaakte „als koeken met honig”. Brood uit de hemel, met iets zoets erbij.
Richteren 4 en 5
De naam Debora betekent in het Hebreeuws „bij”. Zij was rechter en profetes in Israël, en blijkbaar niet bang om te steken.
Richteren 14 : 8
Simson vond in het dode lichaam van een leeuw een bijenzwerm met honing. Daar maakte hij zijn beroemde raadsel van.
1 Samuël 14 : 27
Jonathan doopte zijn staf in een honingraat en at ervan, „en zijn ogen werden verlicht”. Even suiker, en hij kon weer verder.
Psalm 118 : 12
„Zij hadden mij omringd als bijen.” Wie ooit bij een boze kast stond, weet precies wat de dichter bedoelt. Gelukkig zijn Buckfasts rustiger.
Psalm 119 : 103
„Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!” Dezelfde gedachte als Psalm 19, en de naam van deze imkerij.
Spreuken 24 : 13
„Eet honig, mijn zoon, want hij is goed.” Een Bijbeltekst die je met plezier opvolgt. Het vers erna zegt: zo is wijsheid voor je ziel.
Mattheüs 3 : 4
Johannes de Doper at in de woestijn „sprinkhanen en wilde honig”. Honing van wilde bijen, uit holle bomen of rotsspleten.
Weetje uit de grond: in Tel Rehov in Israël vonden archeologen in 2007 de oudste bijenkasten die we kennen, zo'n 3000 jaar oud. Het waren kokers van klei en stro, in rijen op elkaar gestapeld. Er waren in de tijd van de koningen dus al echte imkers.
Bijen hebben een bijzondere familie. Een dar komt uit een onbevrucht eitje: hij heeft alleen een moeder. Een vrouwtje (koningin of werkster) komt uit een bevrucht eitje: zij heeft een moeder én een vader.
Tel nu de voorouders van één dar, generatie voor generatie. Je krijgt 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13… Elk getal is de som van de twee ervoor. Dat is de rij van Fibonacci, genoemd naar de Italiaanse rekenmeester die er in 1202 over schreef.
vrouwtje dar
Al rond het jaar 300 schreef Pappus van Alexandrië dat bijen „een zeker meetkundig inzicht” hebben. Pas in 1999 bewees de wiskundige Thomas Hales het echt: als je een vlak wilt verdelen in vakjes van gelijke grootte, kost de zeshoek de minste rand. Voor een bij betekent dat: de meeste honing met de minste was.
De imker
Hobby-imker in Ugchelen, met een zelfgebouwde bijenstal achter het huis. Vier volken, één slinger, en een keukentafel vol gele etiketten. Elk potje komt uit deze stal.